Copy
Mei 2021 SEOR verricht wetenschappelijk verantwoord onderzoek naar sociaal-economische vraagstukken. Met deze nieuwsbrief brengen we u op de hoogte van onze recente activiteiten, projecten en inzichten.
 

 De arbeidsmarktpositie van transgender personen



Met welke knelpunten worden transgender personen op de arbeidsmarkt geconfronteerd en hoe kan hun arbeidsmarktpositie worden verbeterd?

Transgender personen krijgen in hun dagelijkse leven met grote knelpunten te maken. Ook op de arbeidsmarkt is hun positie kwetsbaar; ze zijn minder vaak werknemer of ZZP’er. Toch blijven zij een groep die weinig in beeld is en hebben zij vaak het gevoel dat ze niet onmiddellijk bij iemand terecht kunnen. De directie Emancipatie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft SEOR gevraagd om onderzoek te doen naar belemmeringen voor transgender personen op de arbeidsmarkt en mogelijkheden om hun arbeidspositie te verbeteren, met speciale aandacht voor bestaande verlofregelingen of een nader in te stellen transitieverlof. Daarbij is gebruikgemaakt van literatuuronderzoek en een brede inventarisatie op basis van interviews met relevante stakeholders, te weten werkgevers (bedrijven en gemeenten), brancheorganisaties, en transgender personen.

De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat een regeling voor transitieverlof wenselijk is om de achterstandspositie van transgender personen op de arbeidsmarkt te verkleinen. Dit maakt het onderwerp bespreekbaar op de werkvloer en heeft een normaliserende werking, zeker als het collectief gefinancierd wordt.

Het transitieverlof is een noodzakelijke stap, maar dit is niet voldoende. Brede actie is wenselijk om de positie van deze diverse groep te versterken. Voorlichting is cruciaal om de maatschappelijke opvattingen over transgender personen te verbeteren. Daarnaast hebben zowel transgender personen zelf als werkgevers en brancheorganisaties behoefte aan meer informatie en ondersteuning.

Publicatie: De arbeidsmarktpositie van transgender personen

Quick scan kosten en opbrengsten van een basisregeling voor werkenden 


Is een basisregeling die alle werkenden in Nederland voorziet van inkomenszekerheid financieel haalbaar? En hoe pakt zo’n basisregeling uit voor verschillende typen werkenden?

Het huidige sociale zekerheidsstelstel is een complex geheel aan regelingen en toeslagen, waarbij de contractvorm van werkenden veel invloed heeft op hun inkomenszekerheid. In een quick scan heeft SEOR, in opdracht van de NBBU, een schatting gemaakt van de kosten en baten van een mogelijk te introduceren basisregeling voor werkenden. Zo’n regeling biedt werkenden een eenvoudiger zicht op financiële zekerheid bij ziekte of verlies van werk. Het maakt dan niet langer uit of iemand werknemer, uitzendkracht, ondernemer of werkzoekende is. 

De berekeningen laten zien dat een basisregeling voor werkenden financieel haalbaar is. Tegelijkertijd vinden er wel herverdelingseffecten tussen bepaalde typen werkenden plaats. De inzichten uit deze quick scan geven aanleiding om verdere discussie te voeren over de mogelijke invulling van een dergelijke basisregeling voor werkenden.

Een basisregeling voor werkenden op het niveau van het wettelijk minimumloon kost naar schatting een kleine miljard euro minder, en een basisregeling op het niveau van 25.000 euro kost ruim een miljard euro meer dan het totaalbedrag waarop momenteel een beroep gedaan zou worden.

Doorrekening van de consequenties van de invoering van een basisregeling voor een selectie van vijf typen werkenden laat zoals verwacht enkele herverdelingseffecten zien. Bij verlies van werk gaat een goed verdienende fulltime werknemer met een vast dienstverband met tien jaar arbeidsverleden er in het eerste jaar na verlies van werk ten opzichte van de huidige regelingen het meest op achteruit. De vermogende ondernemer gaat er juist het meest op vooruit.

Publicatie: Quick scan kosten en opbrengsten van een basisregeling voor werkenden

Haalbaarheid Rotterdamse wijkbasisbaan




 

Is een wijkbasisbaan voor Rotterdammers die langdurig afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering haalbaar? En wat zijn de randvoorwaarden om zo’n wijkbasisbaan te implementeren?

In Rotterdam staan veel mensen die willen en kunnen werken aan de kant. Daarom is het idee gelanceerd van een wijkbasisbaan: nieuw gecreëerd werk dat voorziet in de oplossing van maatschappelijke problemen én mensen zonder werk perspectief biedt. SEOR onderzocht onder 54 vertegenwoordigers uit drie Rotterdamse wijken, het bedrijfsleven, activeringscoaches en langdurig werkzoekenden hoe levensvatbaar dit idee in de praktijk eigenlijk is.

Daaruit blijkt dat de wijkbasisbaan een zinvolle manier kan zijn om mensen werk te bieden die er anders niet in slagen om een baan te krijgen. Wel zijn er een aantal belangrijke drempels te nemen, met name op het gebied van financiering en opschaling. Het rapport geeft daarom het volgende advies: wanneer de gemeente besluit om via wijkbasisbanen extra inspanningen te verrichten om mensen zonder werk aan een baan te helpen, is het verstandig om dit als een meerjarig en sociaal experiment in te richten, en dit goed te monitoren en te evalueren. Ondertussen zijn de eerste mensen met een basisbaan geplaatst.

Publicatie: Haalbaarheidsonderzoek Rotterdamse wijkbasisbaan

 

Onderzoek arbeidsmigranten, aantal en toekomstige ontwikkeling

 

Hoeveel tijdelijke arbeidsmigranten kunnen we in de komende jaren in Zuid-Holland verwachten?
 

Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de provincie Zuid-Holland en focust op het aantal en de samenstelling van de groep arbeidsmigranten in de provincie Zuid-Holland in de komende vijf jaar. Dit omdat de provincie graag inzicht krijgt in de omvang en de kenmerken van de groep arbeidsmigranten die in Zuid-Holland wonen en/of werken en tijdelijke huisvesting behoeven. Op basis van een literatuurstudie, een analyse op basis van microdata van het CBS, het opstellen van een prognosemodel en interviews met brancheverenigingen hebben we hier inzichten in verkregen.
 

De belangrijkste uitkomsten uit het onderzoek zijn dat het aantal arbeidsmigranten in Zuid-Holland in de afgelopen jaren fors is gestegen, mede door de verschillen in werkgelegenheid en lonen tussen de herkomstlanden en Nederland, en dat dit aantal naar alle waarschijnlijkheid in de toekomst nog flink door zal groeien. Hierbij moet opgemerkt worden dat er onzekerheden zitten in de prognoses, onder andere door de uitbraak van de coronacrisis. Desalniettemin is de vraag naar arbeidsmigranten groot, mede door vergrijzing en de vraag naar beroepen waar Nederlanders niet veel meer voor worden opgeleid, of niet meer willen doen. Deze vraag zal bij een aantrekkende economie groot blijven in de komende jaren
 

We zien daarbij een verschuiving in de herkomstlanden, waarbij het aandeel arbeidsmigranten uit Polen nog steeds groot is, maar in de komende jaren waarschijnlijk zal worden ingehaald door het aantal arbeidsmigranten afkomstig uit de overige landen uit Midden- en Oost-Europa, met name Roemenië, Bulgarije en Hongarije.

 

Ondernemende vaardigheden in coronatijd



 

Welke ondernemende vaardigheden zijn tijdens de coronacrisis het meest van belang om (ervaren) werkzekerheid te creëren en voldoende vaardig te kunnen zijn als startende ondernemer/werknemer?

Ondernemende vaardigheden worden steeds belangrijker om je staande te kunnen houden op de arbeidsmarkt. Niet alleen werken steeds minder mensen via een vast en voorspelbaar dienstverband, ook beroepen veranderen onder invloed van digitalisering en mondialisering sneller van inhoud. In opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft SEOR verkend wat de waarde is van het mbo-ondernemerschapsonderwijs in de huidige coronatijd.

De docent (met voldoende kennis van ondernemerschap) is volgens alle deelnemers de belangrijkste persoon die studenten kennis en enthousiasme van ondernemerschap bij kan brengen, gevolgd door het aanbieden van vakkennis en praktijkopdrachten. ‘Actiegerichte vaardigheden’ zoals doorzettingsvermogen, het nemen van initiatief en de motivatie om in actie te komen, worden als het belangrijkst beschouwd om voldoende werk te hebben in de huidige coronatijd. Dit is niet verrassend, aangezien actiegericht aanpassingsvermogen bij uitstek van belang lijkt te zijn in een crisistijd. Deze vaardigheden worden bovendien ook het meest ontwikkeld in het ondernemerschapsonderwijs, zij het dat er een kloof ervaren wordt tussen wat de arbeidsmarkt vraagt en wat er binnen het onderwijs wordt aangeboden. Daarnaast kan ook het delen van kennis binnen scholen en tussen scholen op dit gebied beter.

De focus binnen het onderzoek lag op het middelbaar beroepsonderwijs. Het onderzoek is gebaseerd op vragenlijstonderzoek onder (oud) studenten in het mbo en gesprekken met coaches en begeleiders. Het peilingsonderzoek is een onderdeel van het programma O2LAB, dat een ondernemende houding en zelfstandig ondernemerschap stimuleert via het onderwijs.


Publicatie: Ondernemende vaardigheden in Coronatijd 

  Wetsevaluatie WNT 2016 - 2020: Validatie-onderzoek wegingsfactoren in onderwijs- en in zorginstellingen 

 

Doet de huidige regeling voldoende recht aan de zwaarte van de functie van een bestuurder? Zijn er andere factoren hiervoor die een betere benadering geven?

In 2013 werd de Wet Normering Topinkomens (WNT) ingevoerd. Met deze wet is de bezoldiging van bestuurders in (semi-)publieke sectoren gemaximeerd. Voor de diverse onderwijssectoren, en voor de sector zorg en jeugdhulp inclusief zorgverzekeraars zijn ministeriële regelingen ingesteld, waarin een aantal criteria gebruikt worden om instellingen in te delen in verschillende klassen met verschillende maximale bezoldigingen.

SEOR heeft twee aparte onderzoeken uitgevoerd, gericht  op het valideren van de huidige criteria in de regelingen voor de onderwijssector en voor de zorgsector (inclusief zorgverzekeraars). Daarin kijken we vooral of de huidige factoren een geschikte benadering zijn van de zwaarte van de functie van een bestuurder en of er andere objectieve factoren zijn die een betere benadering van deze zwaarte geven. De aanpak van de onderzoeken bestond uit deskresearch, data-analyse en interviews met betrokkenen (overkoepelende organisaties, bestuurders zelf, toezichthouders, OR-leden).

Uit het onderzoek in de onderwijssector blijkt dat de huidige regeling een beperkte, maar redelijke weergave van verschillen in zwaarte van bestuursfuncties bij onderwijsinstellingen geeft. De betrekkelijke eenvoud van de regeling is aan de ene kant haar kracht, maar aan de andere kant ook een beperking, omdat iedere situatie waarin een bestuurder zich bevindt in zekere zin uniek is. In het rapport geven we een aantal mogelijkheden om de regeling te verbeteren, maar de reikwijdte van het onderzoek en eenduidigheid van de uitkomsten zijn onvoldoende om hierover knopen door te hakken. We adviseren daarom mogelijke aanpassingen verder te concretiseren in overleg met vertegenwoordigers van de sectoren.

Voor de zorgverzekeraars is onze conclusie dat de regeling in deze sector breed wordt gedragen, waardoor er geen directe aanleiding is om deze regeling aan te passen. Bij de beoordeling van de – meer complexe – regeling voor zorg en jeugdhulp ligt de situatie anders. Een deel van de respondenten is (gematigd) positief over de systematiek van de regeling en een ander – ruwweg even groot deel – is aanzienlijk kritischer. Bij deze laatste groep is de kritiek echter divers en zeker niet altijd in dezelfde richting. Daarom pleiten wij niet voor grote fundamentele wijzigingen, maar geven we in het rapport wel een aantal mogelijke verbeteringen. De reikwijdte van het onderzoek en eenduidigheid van de uitkomsten is ook hier onvoldoende om al deze knopen door te hakken. Daarom adviseren we om dergelijke aanpassingen verder te bespreken met vertegenwoordigers van de sectoren en verenigingen van bestuurders en toezichthouders. Parallel hieraan adviseren we om de informatievoorziening verder te ontwikkelen om consequenties van eventuele aanpassingen beter te kunnen monitoren.

Publicatie: Validatie-onderzoek wegingsfactoren bezoldigingsklassen voor topfunctionarissen in het onderwijs
Publicatie: Evaluatie regelingen bezoldigingsmaxima

 

 Ex-post evaluation of the EGF 2014-2020


 

In hoeverre heeft het EU-instrument EFG zijn doelstellingen in de periode 2014-2020 bereikt?

Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is een EU-instrument dat steun biedt aan ontslagen werknemers en zelfstandigen wier activiteiten zijn gestopt als gevolg van ingrijpende herstructureringen als gevolg van globalisering of van een financiële of economische crisis.

In opdracht van de Europese Commissie heeft een consortium onder leiding van Ramboll via een evaluatieonderzoek beoordeeld in hoeverre het EFG zijn doelstellingen in de periode 2014-2020 heeft bereikt. Het onderzoek betrof de hele EU. SEOR heeft als lid van het consortium aan het onderzoek bijgedragen via twee casestudies in Nederland en een zogenaamde Counterfactual Impact Evaluation (CIE) op basis van één van de Nederlandse cases en een case uit Ierland. De casestudies betroffen een project in het bank- en verzekeringswezen in Friesland, Drenthe en Overijssel (2018), en een project in de detailhandel in Drenthe en Overijssel (2016). Laatstgenoemde project is ook benut voor de econometrische analyses van de CIE, naast een project in de luchtvaart uit Ierland.

Hoofdconclusie van de Europese evaluatie is dat EFG er over het algemeen in geslaagd is om steun te verlenen aan en solidariteit te tonen met werknemers, zelfstandigen en (in sommige gevallen) jongeren die zijn getroffen door ingrijpende herstructureringen. Het Fonds blijft relevant en nuttig, hoewel er ruimte is om (i) de reikwijdte ervan te heroverwegen in termen van op wie het zich richt en onder welke omstandigheden, (ii) administratieve procedures te vereenvoudigen of verkorten, en (iii) de resultaten van de interventies beter te volgen.

Publicatie: 
Ex-post evaluation of the EGF 2014-2020

 Arbeidsmarkt- en re-integratiepatronen van Wajongers met arbeidsvermogen 

 
Hoe vergaat het Wajongers met arbeidsvermogen op de arbeidsmarkt en welke dienstverlening hebben zij van UWV ontvangen?

De arbeidsmarktparticipatie van mensen met een arbeidsbeperking blijft achter. UWV en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid willen daarom graag een beter beeld krijgen van wat er nu precies werkt voor deze groep. Een eerste stap hierin is het onderzoeken van de verschillende patronen die Wajongers in de arbeidsmarkt doorlopen, en welke dienstverlening zij daarbij ontvangen hebben. Dit hebben SEOR en PROOF Adviseurs op basis van data-analyse en statistische technieken in beeld gebracht.  

In het onderzoek zijn de individuele arbeidsmarkt- en re-integratiepatronen van Wajongers met arbeidsvermogen bestudeerd. We onderscheiden en beschrijven negen segmenten van Wajongers die én een gelijksoortige re-integratiehistorie hebben én vergelijkbare arbeidsmarktpatronen hebben doorlopen. Dit heeft inzicht opgeleverd in de volgende aspecten: welke patronen vaak voorkomen, hoe groot de groepen zijn die bepaalde patronen doorlopen, de (beperkte) samenhang tussen arbeidsmarkt- en re-integratiepatronen, en de (persoons)kenmerken van Wajongers die gelijke arbeidsmarkt- en re-integratiepatronen hebben doorlopen.

Publicatie: Arbeidsmarkt- en re-integratiepatronen van Wajongers met arbeidsvermogen

Lopende projecten

  • UWV Arbeidsmarktprognose 2021-2022, in samenwerking met Bureau Louter
  • Arbeidsmobiliteit en duurzaam perspectief binnen de basisteams van de Nationale Politie
  • Monitoring en evaluatie SLIM-regeling, in samenwerking met Ockham IPS
  • De Rotterdamse wijkbasisbaan: monitoronderzoek van een nieuwe manier van denken
  • Effectevaluatie dienstverlening WGA, in samenwerking met Verwey-Jonker Instituut en HAN University of Applied Sciences
  • Effecten van corona op werkzoekgedrag, gezondheidsbeleving en welbevinden van WGA’ers, in samenwerking met Verwey-Jonker Instituut
  • KNAP’RZ: Kennis-gedreven werken aan bevordering van arbeidsparticipatie op Rotterdam-Zuid, in samenwerking met Erasmus Universiteit Rotterdam en Hogeschool Rotterdam
  • Impactonderzoek JINC (helpt jongeren op weg naar werk)
  • Evaluatie arbeidsbegeleiding van jonge statushouders in Eindhoven
  • Inventarisatie van de inclusiviteit van mbo-hbo campussen binnen de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag
  • Monitoring en evaluatie scholingsfonds Rotterdam
  • Evaluatie Pilot VIA Voortraject leren en werken in de zorg, in samenwerking met Verwey-Jonker Instituut
  • Living lab “Samen veerkrachtig: Naar een gelijkere verdeling van arbeid en zorg via betrokken vaderschap”, in samenwerking met Universiteit Utrecht, Amsterdam UMC, Verwey-Jonker Instituut, Emancipator, Mijnkindonline en Kenniswerkplaats Stedelijke Arbeidsmarkt
  • Study supporting the ex-post evaluation of EaSI and the final evaluation of the EPMF, in samenwerking met Ramboll en Tetra Tech International Development
  • Ondersteuning van optimale studieloopbaankeuzes, in samenwerking met Annette Diender

 

 

Een deel van u ontvangt deze nieuwsbrief voor de eerste keer. U ontvangt deze nieuwsbrief omdat u in het afgelopen jaar persoonlijk contact met SEOR heeft gehad. Indien u de nieuwsbrief voortaan niet meer wilt ontvangen, stuur dan even een mail naar seor-secr@seor.eur.nl ovv ‘afmelding nieuwsbrief’. 

 

LinkedIn SEOR
Twitter SEOR
Website SEOR
Email SEOR
Copyright © 2019 SEOR, All rights reserved

unsubscribe from this list    update subscription preferences 






This email was sent to <<E-mailadres>>
why did I get this?    unsubscribe from this list    update subscription preferences
SEOR B.V. · Marconistraat 16 · Rotterdam, Zh 3029 AK · Netherlands

Email Marketing Powered by Mailchimp