Copy
In deze nieuwsbrief: hart en bloedsomloop
View this email in your browser
VRIJDAG 6 februari is er weer een GRATIS KINDER-INLOOPSPREEKUUR Meer weten? Neem contact op of lees de nieuwsbrief juni 2014.
Facebook
Facebook
Website
Website
Email
Email
LinkedIn
LinkedIn
Ons bloed en hart
 
Ons hart is een pomp die 4 tot 5 liter bloed per minuut rondpompt. Ons bloed bevat zuurstof en voedingsstoffen voor alle spieren en organen. Met andere woorden: het bloed verbindt, het hart zorgt voor de puls. Wanneer de beweeglijkheid van bloedvaten, organen, spieren en gewrichten in het gedrang komen, bieden Cranio Sacraal Therapie, Viscerale Therapie of Geïntegreerde Embryonale Therapie uitkomst.

Het hart is ongeveer zo groot als een gebalde vuist van de eigenaar. Het hart wordt beschermd door het hartzakje (pericard), een stug vlies dat is opgehangen aan het borstbeen en de nek- en rugwervels van C4 tot Th4. Het hart ontstaat in het embryo ter hoogte van de vierde nekwervel (C4) en klopt vanaf dag 21. Aan het einde van de tweede maand daalt het hart af naar de plek in de borstkast.
 
Het hart bestaat uit twee spieren, de atriumspier en ventrikelspier. Beide spieren omvatten elk twee holtes: de atriumspier omvat een rechter- en linkeratrium (boezem), de ventrikelspier heeft een rechter- en linkerventrikel (kamer). Beide spieren zijn van elkaar gescheiden door een stevige bindweefselplaat. Op hun beurt zijn de beide atrium- en ventrikelholtes gescheiden door bindweefselwand, het septum. Het hart is de enige spier die volledig samentrekt en ontspant. Tussen samentrekken en ontspannen staat het bloed heel even stil.
 

Tussen het atrium en ventrikel bevinden zich kleppen, net als bij de uitgang van de ventrikels. In de rechterboezem stroomt zuurstofarm bloed binnen, namelijk vanuit de vena cava superior (uit hoofd en armen), de vena cava inferior (uit romp en benen) en vanuit de bloedvaten van het hart zelf. In de linkerboezem stroomt zuurstofrijk bloed uit de longaders, de vena pulmonalis. Uit het rechterkamer wordt bloed gepompt richting longen, uit de linkerkamer wordt bloed gepompt in de aorta.
 
De samentrekking van het hart ontstaat door een ontlading van de sinusknoop (SA-knoop) in de wand van de rechterboezem: deze spiercellen trekken ongeveer eenmaal per seconde samen. Dit signaal veroorzaakt de samentrekking van de boezems. Door de contractie wordt het signaal doorgegeven aan de AV-knoop met een vertraging van 0,1 seconde. Hierdoor worden de kamers samengetrokken en wordt het bloed uitgeperst in de aorta en longslagader, de arteria pulmonalis.

Onder invloed van de hormonen adrenaline en noradrenaline, die beide (bij stress en actie) via de bijnier vrijkomen, gaat het hart sneller kloppen, versnelt de ademhaling en spannen de spieren zich aan. Er gaat meer zuurstofrijk bloed naar het hart en de spieren toe en minder naar andere organen, zoals spijsverteringsorganen. Ook het schildklierhormoon, dat door de schildklier aan het bloed wordt afgegeven, versnelt de hartslag.

Onder invloed van zenuwen (nervi), vooral de nervus vagus, de nervus phrenicus en de nervus accessorius, kan het ritme van het hart variëren. De nervus phrenicus of middenrifszenuw is een motorische en sensibele zenuw die aan beide kanten gevormd wordt door zenuwvezels uit de nekwervels C3, C4 en C5. De zenuw loopt naar de borstholte, waar hij langs het hartzakje loopt om vertakt te eindigen op het middenrif (diafragma). De motorische vezels zorgen voor aansturing van het middenrif. De sensibele vezels bevatten informatie over het gevoel in het hartzakje en een gedeelte van de vliezen die liggen rond de longen, galblaas en alvleesklier.

De nervus vagus gaat naar het hart zelf. De nervus accessorius heeft verbindingen met de nervus vagus en sturen schouder- en nekspieren aan. Deze nekspieren helpen ook mee met de ademhaling. De nervus vagus heeft verbinding met bijna alle organen, voor aansturing maar vooral voor terugkoppeling over de toestand van deze organen.
Bloedsomloop

Om ervoor te zorgen dat het bloed overal kan komen, is er een uitgebreid netwerk van bloedvaten.

Het bloed stroomt door de slagaders, van het hart naar alle organen. De slagaders vertakken zich en worden steeds kleiner en dunner tot zeer kleine bloedvaatjes. Deze kleine bloedvaatjes heten haarvaten en verzorgen de uitwisseling van zuurstof, koolstofdioxide (CO2), voedingsstoffen en afvalstoffen in de omliggende weefsels en organen. Daarna komen de bloedvaten weer samen in steeds groter wordende aders, waarin het bloed terugstroomt naar het hart.
De bloedsomloop is in twee delen op te splitsen: de kleine en de grote bloedsomloop. De kleine bloedsomloop zorgt ervoor dat het bloed CO2 kan afstaan aan de longen en zuurstof kan opnemen. De grote bloedsomloop geeft juist zuurstof af aan het lichaam en neemt CO2 op. De twee bloedsomlopen zijn via het hart met elkaar verbonden.

In de kleine bloedsomloop komt het zuurstofarme bloed, afkomstig uit alle delen van het lichaam, via de bovenste en onderste holle ader binnen in de rechterboezem. Vervolgens stroomt het bloed naar de rechterkamer die het daarna in de longslagader pompt. In de longen neemt het bloed zuurstof op en geeft het CO2 af dat met het uitademen afgegeven wordt aan de buitenwereld. Daarna gaat het zuurstofrijke bloed via de longader terug naar het hart, naar de linkerboezem.

In de grote bloedsomloop stroomt vanuit de linkerboezem het bloed naar de linkerkamer en vervolgens via de aorta (grote lichaamsslagader) naar de rest van het lichaam. Via de aderen komt het bloed weer in de onderste en bovenste holle vene terug in de rechter boezem.

De aorta is opgehangen aan de tweede linkerrib en is verbonden met de discus tussen de onderrugwervels L4en L5. De aorta is in normale omstandigheden veerkrachtig maar als een orgaan niet goed kan bewegen zal dit spanning geven op de verbindende structuren zoals de bloedvaten. Bij trek aan een arterie zal deze spanning ook overgedragen worden op de aorta. Hierdoor zal er meer rek op de aorta komen, waardoor de druk vanuit het hart niet meer zo goed kan worden opvangen. Het gevolg is een verhoogde bloeddruk. Ook kan dit spanning geven op de tweede rib en de lage rug, in de vorm van verminderde mobiliteit van de onderrug en rugpijn.

Door de beweeglijkheid van het orgaan te herstellen met behulp van Cranio Sacraal Therapie, Viscerale Therapie en Geïntegreerde Embryonale Therapie, wordt de trek aan bloedvaten en aorta minder en zullen de klachten verdwijnen. Ook bij bewegingsbeperkingen in de nek en schouders, niet goed over de linkerschouder kunnen kijken, torti colli bij baby’s, niet goed kunnen doorademen en rugklachten (zowel thoracaal als lumbaal), kunnen Cranio Sacraal Therapie, Viscerale Therapie en Geïntegreerde Embryonale Therapie de belemmeringen opsporen en behandelen, waarna het lichaam kan herstellen.
Share
Tweet
Forward
Copyright © 2015 Lourenz Nienhuis, Praktijk voor Cranio Sacraal Therapie en Viscerale Therapie, All rights reserved.


unsubscribe from this list    update subscription preferences 

Email Marketing Powered by Mailchimp