Copy

Nr. 2021-06 (december)

Van oud naar nieuw

Na het lezen van de onderstaande EPB-nieuwsbrief bent u als EPB-verslaggever helemaal klaar voor 2022.

2021 wordt 2022
De helpdesk  is  niet  actief  vanaf 24 december 2021 tot en met 3 januari 2022. Vanaf 4 januari  2022  zijn wij terug bereikbaar.  
 
Het Vlaams Energie en Klimaatagentschap (VEKA) wenst u een gezellig en ontspannend eindejaar en een gezond en energiek nieuw jaar!

SOFTWARE

Nieuwe softwareversie op 10 januari 2022

Op 10 januari 2022 zal de nieuwe versie 12.5, beschikbaar zijn. 

Let op: van 31 december tot en met 9 januari zal het uitzonderlijk niet mogelijk zijn om epbs- en epba-bestanden op te laden op de energieprestatiedatabank. Gelieve hier rekening mee te houden in uw planning.
Logo van de software
De overige functionaliteiten van de energieprestatiedatabank zullen wel beschikbaar zijn. U zal bijvoorbeeld wel uw dossiers kunnen raadplegen en al opgeladen epbs- en epba-bestanden kunnen indienen.
 
Op 10 januari mag u een EPB-nieuwsbrief verwachten met meer toelichting over de wijzigingen in de versie 12.5.
Deze versie is  meteen, vanaf 10 januari, vereist voor  het indienen van startverklaringen en aangiften op de energieprestatiedatabank.

Uitzonderlijk zal er geen termijn van twee weken zijn waarin het nog toegelaten is om startverklaringen en aangiften in te dienen met de vorige versie.

EPB-EISEN

Vrijstaande zorgwoningen worden EPB-plichtig


Vrijstaande gebouwen kleiner dan 50 m² zijn momenteel niet EPB-plichtig: ze moeten niet aan EPB-eisen voldoen, en het is niet verplicht een EPB-verslaggever te betrekken.  
 
In april 2021 werd een wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening goedgekeurd, waarin het toepassingsgebied van zorgwonen werd uitgebreid naar bestaande bijgebouwen en tijdelijke verplaatsbare constructies in de nabijheid van de hoofdwoning.

Deze bijkomende vormen van 
zorgwonen zouden volgens de oorspronkelijke bepalingen in het Energiebesluit worden vrijgesteld van EPB-eisen. 
 
 
Omdat in dergelijke zorgwoningen zorgbehoevende personen doorgaans voor langere tijd zullen wonen, is het nochtans belangrijk dat de energieprestaties en het binnenklimaat van deze wooneenheden optimaal zijn. 

Daarom is het Energiebesluit gewijzigd, zodat vrijstaande zorgwoningen kleiner dan 50  voortaan ook aan EPB-eisen moeten voldoen. Vrijstaande zorgwoningen vanaf 50 m² waren al EPB-plichtig: daarvoor gelden alle EPB-eisen voor nieuwe woongebouwen. 
 
 
Dat betekent dat ook voor kleine vrijstaande zorgwoningen, van bij de start van de werken, een EPB-verslaggever zal moeten betrokken worden.  
 
Wel moeten dergelijke kleine vrijstaande zorgwoningen niet voldoen aan het volledige EPB-eisenpakket. 
  • Zij hebben geen aparte eis op de oververhittingsindicator, maar deze wordt wel nog altijd gebruikt voor de koelingsberekening in het E-peil. De nodige aandacht voor oververhitting blijft dus belangrijk.
     
     
  • Omdat bij de ontwikkeling van het S-peil geen rekening werd gehouden met zeer kleine eenheden, is ook het S-peil niet van toepassing voor dit type zorgwoning. 
 
De eisen zijn geldig voor meldingen vanaf 10 dagen na de publicatie van de besluitswijziging in het Staatsblad. De publicatie wordt begin 2022 verwacht. 
 
Meer info vindt u op de EPB-pedia.

S28 of een compensatieregeling met een strenger E-peil

Vanaf 2022 wordt de Schil- of S-peileis voor nieuwbouwwoningen verstrengd van S31 naar S28. Het S-peil werd in 2018 ingevoerd en drukt de energie-efficiëntie van de gebouwschil uit.

Het 
S-peil geldt  per wooneenheid, dus voor elk appartement of elke woning afzonderlijk. 
 

Wat is het S-peil?
Uit analyses van het VEKA blijkt dat de verstrenging naar S28 voor de meeste woningen en appartementen zeker haalbaar is en al in meer dan 90% van de ingediende EPB-aangiften voor woningen vanaf bouwaanvraagjaar 2018 wordt bereikt.

Voor een aantal woningtypes vereist dit echter
meer kosten.
Daarom voorziet de Vlaamse Regering nu in een compensatiemogelijkheid, waarbij de bouwheer de aanscherping van de S-peileis van S31 naar S28 kan compenseren door een lager E-peil te realiseren.   
 
Een wooneenheid waarbij het strengere S-peil van S28 niet wordt behaald (maar wel S29, S30 of S31) voldoet dan wel aan de EPB-eisen, mits: 
  • voor bouwaanvragen in 2022 een E-peil van E25 wordt behaald (in plaats van E30); 
  • voor bouwaanvragen vanaf 2023 een E-peil van E20 wordt behaald (in plaats van E30).  
Daarnaast moet de wooneenheid steeds voldoen aan de eis op het minimumaandeel hernieuwbare energie (dus zonder gebruik te maken van de E-peilcompensatie van 10%, die telt als alternatief om te voldoen aan het minimumaandeel hernieuwbare energie).  
 
Goed om te weten: 
  • voor nieuwbouwwoningen met een E-peil lager dan E20 is er korting op de onroerende voorheffing. Voor omgevingsaanvragen in 2022 gaat het over 50% korting gedurende 5 jaar bij het behalen van maximaal E20 en 100% korting gedurende 5 jaar bij maximaal E10;
     
  • de nieuwe S-peileis en de compensatiemogelijkheid wordt toegevoegd in de nieuwe softwareversie 12.5. 

Strenger E-peil voor ingrijpende energetische renovaties


De E-peileis voor de ingrijpende energetische renovatie (IER) van een woongebouw wordt vanaf 2022 strenger. 

Voor omgevingsvergunningsaanvragen vanaf 2022 mag het E-peil van de woning maximaal E60 zijn, terwijl dat voor een vergunningsaanvraag van 2021 nog maximaal E70 is.  
 
Uit de ingediende EPB-aangiften van de IER van woongebouwen blijkt E60 goed haalbaar: de EPB-aangiften voor vergunningsaanvraagjaren 2017 en 2018 behalen gemiddeld respectievelijk E55 en E51. 
 
Goed om te weten: natuurlijke personen die zich engageren om binnen de 5 jaar na de aankoop een IER uit te voeren, zullen kunnen genieten van een aanvullend verlaagd tarief en betalen vanaf 2022 nog maar 1% registratiebelasting. 
 
Ook bij de ingrijpende energetische renovatie van niet-residentiële gebouwen verstrengt de E-peileis voor een aantal functies, zoals logeerfunctie, kantoor, onderwijs, gezondheidszorg. 

Raadpleeg het overzicht.

Strenger E-peil voor nieuwe niet-residentiële gebouwen

Op basis van de kostenoptimale studies in 2018 zijn de eisenniveaus voor niet-residentiële functies aangepast.

Voor enkele functies wordt de E-peileis voor omgevingsvergunningsaanvragen vanaf 2022 strenger:

tabel met de verstrengde eisen

Wijziging van de indientermijn van uitzonderingsaanvragen


Voor uitzonderingsaanvragen vanaf 10 dagen na de publicatiedatum van het Energiebesluit in het Staatsblad (verwacht eind december 2021 - begin januari 2022) geldt een nieuwe indientermijn voor het aanvragen van individuele uitzonderingen van de EPB-eisen 

De indientermijn begint te lopen vanaf het verlenen van de omgevingsvergunning, in plaats van vanaf het aanvragen van de omgevingsvergunning. De uitzondering moet nog steeds aangevraagd worden voor de start van de werken. 

REKENMETHODE

Herziening van de installatie-eisen


Naar aanleiding van de Europese Richtlijn 2018/844 werden de installatie-eisen herzien. 

Deze richtlijn legt eisen vast voor de globale energieprestatie en voor het adequaat installeren, dimensioneren, afstellen en controleren van technische bouwsystemen in bestaande gebouwen. 
 
Aan de installatie-eisen zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd voor ruimteverwarming: 
  • verschillend eisenniveau naargelang het toestel al dan niet onder Ecodesign valt;
  • indien er geen dimensioneringsnota is, wordt het systeemrendement 5% lager;
  • alle type warmteopwekkers vallen onder de installatie-eisen en zijn ook onderhevig aan de correctiefactoren voor een adequate installatie, dimensionering, afstelling en controle;
  • energieverbruiksmeters zijn geen aparte eis meer maar worden verrekend in het systeemrendement. 
Bovenstaande aanpassingen omtrent Ecodesign en de energieverbruiksmeters worden ook doorgevoerd in de installatie-eisen voor koeling.
 
In de installatie-eisen voor ventilatie wordt het rendement van het warmteterugwinapparaat niet langer meegenomen. 

Het toepassingsgebied van deze installatie-eis wordt bovendien uitgebreid naar ventilatiesysteem B (systemen met mechanische toevoer en natuurlijke afvoer) en ventilatiesysteem C (systemen met natuurlijke toevoer en mechanische afvoer). 

Tot slot wordt de energieverbruiksmeter voor grote toestellen verrekend in het systeemrendement.  
 
Volledig overzicht van de EPB-wijzigingen vanaf 2022

IN DE MARGE

De onderstaande verplichtingen die starten in 2022 staan los van de EPB-regelgeving.

Geen aardgasaansluiting meer bij nieuwe grote projecten

Sinds 2021 mag een aardgasdistributienetbeheerder geen aardgasaansluiting meer voorzien bij nieuwe grote projecten zoals grote verkavelingen, grote appartementsgebouwen en grote groepswoningbouwprojecten.

Het ging dan om grote projecten vanaf 25 (woon)eenheden.  

Voor omgevingsvergunningsaanvragen vanaf 1 januari 2022 mag vanaf 15 (woon)eenheden geen aardgasaansluiting meer worden voorzien. 

Verbod op de vervanging en plaatsing van stookolieketels vanaf 2022
 

Vanaf 1 januari 2022 mag een gebouweigenaar geen stookolieketel meer laten plaatsen  in bestaande gebouwen (woongebouwen en niet-residentiële gebouwen) als een aansluiting op het aardgasnet mogelijk is in de straat. Kleine herstellingen aan bestaande toestellen blijven mogelijk.  
 
In bestaande gebouwen mag men enkel een stookolieketel laten plaatsen, ter vervanging van de oude verwarmingsketel, als er geen aardgasnet in de straat beschikbaar is. 
 
In nieuwbouw of gebouwen die een ingrijpende energetische renovatie ondergaan (woongebouwen en niet-residentiële gebouwen) met bouwvergunningsaanvragen vanaf 1 januari 2022 mag de bouwheer geen stookolieketels meer platen plaatsen, zelfs als er geen aansluiting op het aardgasnet mogelijk is.  
 
Dit vervangings- en plaatsingsverbod maakt geen deel uit van de EPB-regelgeving. In de EPB-software verschijnt wel een melding. Verder rapporteert u waarheidsgetrouw: als een stookolieketel is geplaatst, rapporteert u die.
tabel met duurzame verwarmingstoestellen, klik op de tabel voor meer informatie

Renovatieverplichting voor niet-residentiële gebouwen vanaf 2022


Vanaf 1 januari 2022 start de renovatieverplichting voor alle niet-woongebouwen – zoals bedrijfsgebouwen en kantoren – met een nieuwe eigenaar. Die gebouwen moeten binnen de vijf jaar voldoen aan een minimaal maatregelenpakket: 
  • het dak moet een minimaal isolerende waarde hebben;
     
  • enkel glas moet worden vervangen door hoogrendementsbeglazing;
     
  • verwarmingsinstallaties van ouder dan 15 jaar moeten worden vernieuwd, als er een aardgasnet beschikbaar is, mag er bovendien geen nieuwe stookolieketel komen;
     
  • oude koelinstallaties moeten worden vervangen.  
Een nieuwe eigenaar van een klein niet-residentieel gebouw (kleiner dan 500 vierkante meter) zal vanaf 2022 binnen de vijf jaar ook een energielabel C of beter moeten behalen, aanvullend op het minimale maatregelenpakket.
 
Voor grote niet-residentiële gebouwen wordt vanaf 1 januari 2023 nog een stap verder gegaan. Binnen de vijf jaar na de aankoop moeten zij, aanvullend op het minimale maatregelenpakket, over een minimaal aandeel hernieuwbare energie van 5% beschikken. 

Samengevat: 
samenvatting voor kleine niet-residentiële gebouwen
samenvatting voor grote niet-residentiële gebouwen
Deel Deel
Tweet Tweet
Stuur door Stuur door
Deel Deel
Het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap van de Vlaamse overheid spant zich in om fouten, storingen en onderbrekingen van technische aard zo veel mogelijk te voorkomen. Het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap kan echter niet garanderen dat de nieuwsbrief volledig vrij van onderbreking en foutloos is en niet door andere technische problemen wordt getroffen.



Pas uw voorkeuren aan of schrijf u uit.