Copy
EPB-nieuwsbrief

Nr. 2020-09 (november)

De wijzigingen van het Energiebesluit en het Energiedecreet zijn gepubliceerd in het Belgische Staatsblad, respectievelijk op 28 oktober 2020 en 25 november 2020Dat zorgt voor enkele aanpassingen aan de EPB-eisen, aan de rekenmethode en aan de procedures.
 
Op de EPB-pedia geven we aan voor welke dossiers en welke bouwvergunningsaanvragen de wijzigingen gelden. Klik daarvoor in de onderstaande rubrieken door naar de pagina op de EPB-pedia.

EPB-EISEN

Woongebouwen: maximaal E60 voor IER vanaf 2022

De E-peileis voor de ingrijpende energetische renovatie van woongebouwen verstrengt naar E60 voor bouwaanvragen vanaf 2022 (in plaats van E70 momenteel), zodat ze vanaf dan voldoen aan de langetermijndoelstelling voor het bestaande woningpark (E60).  

Ter vergelijking en ter herinnering: de E-peileis voor nieuwe woongebouwen mag vanaf 2021 maximaal E30 zijn, in plaats van E35 momenteel.  

Een overzicht van de gekende eisen vanaf 2022, vindt u in de EPB-eisentabel 2022

Niet-residentieel: wijziging E-peileisen bij nieuwbouw en IER

Ingrijpende energetische renovatie
Voor een ingrijpende energetische renovatie van een niet-residentieel gebouw versoepelt de E-peileis voor de functionele delen ‘keuken’ en ‘sport: sporthal, sportzaal’, voor bouwaanvragen vanaf 2021.  

Vanaf 2022 zijn er verstrengingen (overzicht van de eisen) voor enkele andere functies. Daarbij is de E-peileis telkens minstens 10 E-peilpunten minder streng dan bij nieuwbouw.  

Nieuwbouw
Voor de nieuwbouw van een niet-residentieel gebouw wordt de E-peileis voor verschillende functionele delen iets aangescherpt, voor bouwaanvragen vanaf 2022.
 
Het gaat om een verstrenging met 5 of 10 E-peilpunten ten opzichte van het huidige niveau. De wijzigingen staan aangeduid in de eisentabel.

De aanpassingen zijn gebaseerd op de kostenoptimale studies uit 2017. Functies die in de studie een lager kostenoptimaal E-peil hadden, moeten vanaf 2022 aan een strenger E-peil voldoen.

Woongebouwen: maximaal S28 voor nieuwbouw vanaf 2022

Zoals al eerder aangekondigd, is de aanscherping van de S-peileis van S31 naar S28 voor nieuwe woongebouwen uitgesteld naar bouwaanvragen vanaf 2022 (in plaats van 2021).

Dat geeft de bouwprofessionelen iets meer tijd om voeling te ontwikkelen met de parameters die het S-peil beïnvloeden.  

De S-peileis voor bouwaanvragen vanaf 2021 blijft dus S31.

De 2%-regel: nu ook voor ventilatie-eisen in woongebouwen

Voor bouwaanvragen vanaf 2021 mag voor de hygiënische ventilatie-eisen 2% afgeweken worden van de eisen.

De afwijkingsregeling geldt enkel voor residentiële ruimten en dus niet voor niet-residentiële bestemmingen of voor niet-residentiële ruimten in een woning (zoals een woning met kantoor of praktijk).  

Momenteel leidt elke overschrijding van het geëiste debiet immers meteen tot het niet voldoen aan de ventilatie-eisen.   

De 2%-regel voor ventilatie verloopt analoog met de bestaande 2%-regel voor de maximale U-waarden. Per EPB-eenheid wordt de 2%-afwijking berekend als de som van het totale geëiste buitenluchttoevoerdebiet en het totale geëiste afvoerdebiet naar buiten, vermenigvuldigd met 2% (dus met 0,02). Doorstroomdebieten tellen niet mee in de som.  

De toegelaten afwijking geldt voor tekorten aan doorstroom, toevoer en afvoer in de EPB-eenheid. De 2%-vrijstelling kan volledig worden gebruikt om een afwijking in één ruimte te compenseren, of kan verdeeld worden om kleine tekorten of kleine meetafwijkingen in meerdere ruimten te compenseren.  

De 2%-regel voor residentiële ventilatie komt er door een wijziging aan bijlage IX bij het Energiebesluit. Meer over de 2%-regel vindt u op de EPB-pedia. 

RTO’s in het dak in meer gevallen toegelaten

De voorwaarden voor het toelaten van regelbare toevoeropeningen (RTO’s) in daken worden versoepeld voor bouwaanvragen vanaf 2021.

Tot nu was het enkel toegelaten om RTO’s te voorzien in daken met een helling van meer dan 30° als er geen enkele mogelijkheid was om in een gevelmuur een goede RTO te voorzien.
 
Ondertussen zijn er voldoende kwalitatieve oplossingen op de markt voor RTO’s in daken of op dakvlakvensters. Om die reden blijft enkel de hellingsgraad een voorwaarde.

Menging van ventilatiesystemen nu ook toegelaten bij IER’s

Voor ingrijpende energetische renovaties is er momenteel een verbod op het mengen van ventilatiesystemen. Voor renovaties wordt daarentegen enkel aanbevolen om niet te mengen.  

Voor bouwaanvragen vanaf 2021 wordt het mengen van ventilatiesystemen bij IER’s op een zelfde manier beschouwd als bij ‘gewone’ renovaties. 

Nieuwe installatie-eisen gelden vanaf 2022

De EPBD-richtlijn (Europese richtlijn over energieprestaties van gebouwen) is herzien. Naar aanleiding daarvan is bijlage XII van het Energiebesluit, over de installatie-eisen, aangepast. 

De nieuwe bijlage XII is beschikbaar op de EPB-pedia. De nieuwe installatie-eisen gaan in voor bouwaanvragen vanaf 2022 en zullen beschikbaar zijn in de EPB-softwareversie in de zomer van 2021. 

In de nieuwe eisen wordt het systeemrendement van de technische bouwsystemen uniform bepaald aan de hand van correctiefactoren voor het adequaat installeren, dimensioneren, afstellen en controleren.

Het toepassingsgebied van de installatie-eisen wordt verruimd naar alle centrale warmteopwekkers en naar alle ventilatietoestellen (behalve natuurlijke toevoer en afvoer). Tot slot zijn de eisen zoveel mogelijk afgestemd op de Ecodesignverordeningen. 

PROCEDURES

Geen aparte aangifte meer voor zorgwoningen

Een EPB-eenheid mag volgens de definitie maar één wooneenheid bevatten. Via de wijziging van het Energiedecreet is aan deze definitie toegevoegd dat we een zorgwoning niet als een aparte wooneenheid beschouwen.  

Deze aanpassing zal er voor zorgen dat:  

  • bij een nieuwbouw van een woning met een zorgwoning erbij, u maar 1 EPB-aangifte zal moeten indienen, in plaats van 2 afzonderlijke aangiftes vroeger;
  • een uitbreiding van een bestaande woning met een zorgwoning niet langer wordt gelijkgesteld met nieuwbouw. De uitbreiding bevat volgens de aangepaste definitie immers geen wooneenheid meer. In dat geval zullen de renovatie-eisen gelden, of de eisen voor ingrijpende energetische renovaties.  


Let op: het gaat hier enkel om een officiële zorgwoning die ook bij de gemeente wordt gemeld. Die moet aan voorwaarden voldoen. Onofficiële opsplitsingen in aparte wooneenheden blijft u rapporteren als afzonderlijke EPB-eenheden, zelfs als het gaat om een vorm van ‘zorg’, zoals een inwonende ouder of kind (voorbeeld). 

Deze aanpassing geldt voor bouwaanvragen vanaf 5 december 2020.

Mogelijk om een renovatie als IER te beschouwen als de ketel al vervangen werd

Om van een ingrijpende energetische renovatie te kunnen spreken, moet aan twee voorwaarden voldaan zijn: 

  • minstens 75% van de schil in contact met de buitenomgeving moet (na)geïsoleerd worden;
  • tenminste de opwekkers moeten worden vervangen. 

 
Als niet voldaan is aan de eerste voorwaarde, dus als minder dan 75% van de schil wordt aangepakt, bestaat er een afwijkingsmogelijkheid om toch als IER te worden beschouwd. Dat komt voor als een deel van de schil in een eerdere fase werd geïsoleerd, zoals een dak of nieuwe ramen.
 
Als niet voldaan is aan de tweede voorwaarde, dus als de opwekker bij het lopende project niet wordt vervangen, was tot nu toe geen afwijking mogelijk. De reden daarvoor was dat in de berekeningsmethode geen waarden bij ontstentenis voorzien zijn voor bestaande opwekkers.  

Voor gevallen waarbij de verwarmingsketels recent vervangen zijn, beschikt men echter wel over de nodige gegevens. Voor die gevallen, waarbij de opwekker maximaal 5 jaar geleden werd vervangen, is daarom ook een afwijkingsmogelijkheid ingevoerd. Die geldt vanaf 7 november 2020 voor alle lopende dossiers. 

De beide afwijkingsmogelijkheden om een gewone renovatie toch als IER in te rekenen, kunt u aanvragen bij het Vlaams Energieagentschap (VEA). 

De procedure voor een afwijkingsaanvraag wordt eenvoudiger

De procedure voor de bovenstaande afwijkingsmogelijkheden, maar ook voor individuele uitzonderingen op de EPB-eisen, is vereenvoudigd.
 
De definitieve beslissing gebeurt sinds 7 november 2020 niet langer door de minister, maar door de administrateur-generaal van het VEA. Dat is een administratieve vereenvoudiging van de bestaande procedure.

De evaluatietermijn van de EPB-regelgeving wordt 5 jaar

De EPB-eisen en de EPB-methodes werden, tot nu toe, om de twee jaar geëvalueerd; de procedures om de vier jaar. De wijziging van het Energiedecreet brengt de evaluatietermijnen naar vijf jaar.
 
Zowel het opmaken van wetgeving, als de doorlooptijd van bouwprojecten die aan die wetgeving moeten voldoen, bedraagt gemakkelijk meer dan twee jaar.

Bij een tweejaarlijkse evaluatie was het na twee jaar vereist om een nieuwe EPB-evaluatie op te maken, terwijl het effect van bepaalde voorstellen uit de vorige EPB-evaluatie nog niet zichtbaar was in de ingediende EPB-aangiften.  

Om de resultaten van het beleid goed te kunnen analyseren, wordt de evaluatietermijn daarom opgetrokken naar vijf jaar.

Tussen twee evaluaties kunnen wel gerichte bijsturingen of aanpassingen gebeuren, bijvoorbeeld wanneer problemen opduiken of het jaarlijks cijferrapport een duidelijke afwijking toont.

REKENMETHODE

Zonnepanelen die verhuisd zijn, tellen niet meer mee

Bij een EPB-plichtig gebouw rekent u in de EPB-aangifte de PV-installaties mee die geplaatst zijn na de starten van de werken. Bij een ingrijpende energetische renovatie mag u ook de bestaande PV, die er al lag voor de start van de werken, meerekenen.
 
Als u een PV-installatie verhuisde vanuit een andere site, kon u deze dus meerekenen. De installatie moest dan wel bij de netbeheerder worden aangemeld als nieuwe installatie, waardoor het (eventuele) recht op groenestroomcertificaten verviel.  

Voor projecten met bouwaanvraag vanaf 1 januari 2021 mag u een PV-installatie die van een andere site komt, sowieso niet meerekenen in de EPB-aangifte.  

Aanpassing van het opwekkingsrendement voor sanitair warm water

Als een opwekker voor sanitair warm water niet onder de Ecodesignverordening valt, wordt voor het opwekkingsrendement een vaste waarde gebruikt.
 
Voor projecten aangevraagd vanaf 2021 worden deze vaste waarden aangepast voor ketels en warmtepompen. Voor een toestel met opslag hangt de waarde af van de isolatiedikte van het opslagvat.
 
Daarnaast worden ook voor gassortiewarmtepompen vaste waarden ingevoerd. Die waren tot nu nog niet opgenomen in bijlage V.
 
De nieuwe vaste waarden kunt u raadplegen op de EPB-pedia, apart voor ketels, elektrische warmtepompen en gassorptiewarmtepompen.

Staan de opwekkers in serie of in parallel?

Wanneer meerdere opwekkers een afgiftesysteem en/of tappunten bedienen, wordt in de EPB-rekenmethode de warmtevraag verdeeld over de preferente en de niet-preferente opwekkers.
 
Tot nu toe werd altijd verondersteld dat deze opwekkers in parallel geschakeld zijn. Voor elke opwekker wordt dus eenzelfde in- en uitlaattemperatuur verondersteld. Als opwekkers in serie geschakeld zijn, is dat echter niet het geval en kan dat invloed hebben op het opwekkingsrendement. 

Voor projecten aangevraagd vanaf 2021 is het mogelijk om bij een combinatie van opwekkers aan te geven of ze in serie of in parallel geschakeld staan.  

Meer informatie over de schakeling van preferente en niet-preferente opwekkers en de impact op het resultaat, vindt u op de EPB-pedia.
 

Hoe een combilus invoeren waarbij de opwekker voor SWW en RV verschilt?

Voor projecten aangevraagd vanaf 2021 is de rekenmethode voor de combilus aangepast, zodat de (combinatie van) opwekker(s) niet dezelfde hoeft te zijn voor ruimteverwarming en sanitair warm water.  

Vooral voor toepassingen met een warmtepomp met een geïntegreerde weerstand als opwekker voor de combilus, is dat van belang.  

De voorwaarden voor Ecodesign verschillen voor ruimteverwarming (RV) en sanitair warm water (SWW). Hierdoor is het mogelijk dat de weerstand als aparte opwekker moet ingevoerd worden voor de ene functie (SWW of RV), maar niet voor de andere.  

Voorbeeld: de warmtepomp valt onder de Ecodesignverordeningen voor ruimteverwarming en sanitair warm water. Bij ruimteverwarming moet de weerstand dan niet ingevoerd worden als aparte opwekker. Bij de testgegevens voor warmwateropwekking werd de weerstand niet ingeschakeld. Voor sanitair warm water moet de weerstand dus wel als aparte opwekker ingevoerd worden.  

Hoe u deze situatie invoert, vindt u op de EPB-pedia.

Meer normen aanvaard voor de rendementsbepaling van een  warmteterugwinapparaat

Tot nu toe werd voor de bepaling van het rendement van een warmteterugwinapparaat enkel een meting volgens de norm NBN EN 308 toegelaten.
 
Na die norm zijn nog twee normen ontwikkeld die voor bepaalde warmteterugwinapparaten in woongebouwen verplicht gebruikt worden, in het kader van de Ecodesignverordeningen:  

  • NBN EN 13141-7 (voor centrale eenheden)
  • NBN EN 13141-8 (voor decentrale eenheden)

Bijlage G van bijlage V bij het Energiebesluit is daaraan aangepast. Om een rendement te bepalen dat u kunt gebruiken in een EPB-berekening wordt het voor projecten met een bouwaanvraag vanaf 1 januari 2021 ook mogelijk om naar metingen volgens die normen te verwijzen.
 
In de praktijk verandert dat niet veel, omdat de meeste warmteterugwinapparaten zijn opgenomen in de EPB-productgegevensdatabank, en u die rendementen dus gewoon kunt gebruiken.   

Rendement van ketels op hout, pellets … voortaan op basis van Ecodesign

Voor projecten aangevraagd vanaf 2021 kunt u het opwekkingsrendement voor ruimteverwarming van ketels op vaste brandstof (hout, pellets … ) bepalen op basis van Ecodesigngegevens.

Passieve koeling, nu ook voor bodemwater/water- warmtepomp

Sinds 2019 kunt u passieve koeling met een geothermische warmtepomp in wooneenheden inrekenen. Dat is tot nu toe alleen mogelijk in combinatie met een elektrische bodem/water-warmtepomp.  

De methode wordt uitgebreid, zodat u voor projecten aangevraagd vanaf 2021 passieve koeling ook kunt invoeren voor wooneenheden met een elektrische bodemwater/water-warmtepomp.

Deel Deel
Tweet Tweet
Stuur door Stuur door
Deel Deel
Het Vlaams Energieagentschap van de Vlaamse overheid spant zich in om fouten, storingen en onderbrekingen van technische aard zo veel mogelijk te voorkomen. Het Vlaams Energieagentschap kan echter niet garanderen dat de nieuwsbrief volledig vrij van onderbreking en foutloos is en niet door andere technische problemen wordt getroffen.



Pas uw voorkeuren aan of schrijf u uit.

Email Marketing Powered by Mailchimp