Copy
Het allerlaatste nieuws over hepatitis voor u op een rij. 
Bekijk de nieuwsbrief in uw browser
Stichting Hepatitis Info

Nieuwsbrief van de Stichting Hepatitis Informatie, mei 2016

Hoge prevalentie hepatitis B bij vluchtelingen in Duitsland
 

De toename van vluchtelingen in Europa is een uitdaging voor de publieke gezondheidszorg.
Uit een studie gepresenteerd door Dr. Philipp Solbach, Hannover, Duitsland, tijdens het Internationale Lever Congres 2016 in Barcelona blijkt dat veel vluchtelingen die in het noorden van Duitsland zijn opgevangen, drager zijn van het hepatitis B-virus. Ook blijkt uit het onderzoek dat veel vluchtelingen niet gevaccineerd zijn tegen hepatitis B. In het cross-sectioneel onderzoek werden 793 personen in opvangcentra in het noorden van Duitsland in augustus 2015 getest op HBsAg, anti-HBc, ALT, AST, γGT en alkalische fosfatase. Bij 258 personen werd anti-HBs bepaald. De meerderheid van de vluchtelingen waren mannen (76.7%), de mediane leeftijd was 28.8 +/- 11.4 jaar, 7.8% waren kinderen <18 jaar.
 
De prevalentie van HBsAg en anti-HBc was respectievelijk 2.3% en 14.0% (2.5% en 14.5% bij mannen; 1.2% en 13.5% bij vrouwen). De prevalentie van HBsAg was het hoogst in de leeftijdsgroep 35-49 jaar (3.1%), de prevalentie van anti-HBc was het hoogst bij vluchtelingen >50 jaar (38%).
Meer dan de helft van alle vluchtelingen (62%) had geen immuniteit tegen hepatitis B en slechts 18.6% was gevaccineerd. De helft van de kinderen <15 jaar (n=12) waren gevaccineerd.
 
Professor Tom Hemming Karlsen, EASL Vice-Secretary: “Dit onderzoek toont de potentiële gevolgen aan van gezondheidsbeleid in Europa. Inzicht krijgen in de mogelijke gevolgen voor de volksgezondheid van grote vluchtelingenstromen is noodzakelijk. Dit geldt niet alleen voor hepatitis B, maar ook voor andere besmettelijke ziekten“.
 
Bronnen:
P. Solbach e.a. Hepatitis B seroprevalence and immunization status of refugees seeking asylum in Germany in the current Middle-East crisis. Abstract: PS137. Journal of Hepatology 2016 vol. 64 | S204.


EASL. Public Health concern as data reveals high prevalence of Hepatitis B among refugees in Germany. Abstract PS137. Persbericht. 

Buikomvang belangrijke parameter bij complicaties leververvetting (NAFLD)
 

Patiënten zonder overgewicht maar met een grote buikomvang ten gevolge van ophoping van vetweefsel, lopen risico op complicaties van leververvetting (NAFLD - non alcoholic fatty liver disease).
 
Uit een Italiaanse studie  gepresenteerd door Dr. Rosa Lombardi, University of Milan, Italië, tijdens het Internationale Lever Congres 2016 in Barcelona blijkt dat ophoping van vet rond het middel meer complicaties kan geven bij leververvetting (NAFLD) dan overgewicht.
In deze studie was bij 323 patiënten door middel van een biopsie NAFLD vastgesteld. De patiënten werden uitgesplitst naar BMI, buikomvang en buikvet; 60 patiënten met BMI <25 kg/m2 en 263 patiënten met BMI >25 kg/m2.
 
De resultaten laten zien dat bij patiënten met BMI <25 kg/m2 hypertensie, diabetes en metabool syndroom significant minder vaak voorkomt dan bij de patiënten met BMI >25kg/m2.
Bij uitsplitsing van patiënten naar buikomvang laten de resultaten zien dat bij patiënten met BMI <25 kg/m2 en buikomvang > 88 cm (vrouwen)/102 cm (mannen) diabetes, hoge bloeddruk, afzetting van plaques in de carotis, en leverfibrose significant vaker voorkomt dan bij patiënten met BMI >25 kg/m2 en buikomvang < 88/102 cm.
Door de onderzoekers wordt aanbevolen om zowel BMI als buikomvang te bepalen bij patiënten met NAFLD.
 
Professor Frank Tacke, EASL Governing Board: “Deze studie laat zien dat buikomvang bepalend is voor de ernst van NAFLD. Aanvullend onderzoek is nodig om de achtergronden hiervan te onderzoeken".
 
Bij NAFLD worden vetten in de lever opgeslagen zonder dat er sprake is van overmatig alcohol gebruik. Bij 20-30% van mensen met NAFLD veroorzaakt de langdurige aanwezigheid van vetten een ontsteking in de lever met beschadiging van de levercel met kans op littekenweefsel (cirrose). Ook is er risico op leverkanker
NAFLD treedt op bij 80% van mensen met overgewicht. Bij mensen met NAFLD en een normaal gewicht heeft 16% diabetes en/of hoge bloeddruk.
 
Bronnen:
R. Lombardi e.a., Lean-Non-Alcoholic Fatty Liver Disease with central visceral obesity identifies patients with more severe disease. Abstract: PS110. Journal of Hepatology 2016 vol. 64 | S183–S212.


EASL. Waist not weight - the key to non-alcoholic fatty liver disease. Abstract: PS110. Persbericht.

Behandeling patiënten met hepatitis C kan leiden tot afname van levertransplantaties
 

30% van patiënten met ernstige leveraandoening die op de wachtlijst staan voor levertransplantatie zijn patiënten met hepatitis C. Uit een Italiaanse studie  gepresenteerd door Dr Luca Belli, Niguarda Hospital, Milaan, Italië, tijdens het Internationale Lever Congres 2016 in Barcelona blijkt dat de conditie van 35% van patiënten met hepatitis C die op de wachtlijst staan voor levertransplantatie en die behandeld werden met DAA’s dusdanig verbeterde dat zij niet langer op korte termijn een levertransplantatie nodig hadden, 20% van de patiënten had helemaal geen transplantatie meer nodig.
 
In deze retrospectieve Europese studie waren 103 hepatitis C-patiënten met gedecompenseerde cirrose, zonder leverkanker (HCC) die op de wachtlijst stonden voor levertransplantatie en die behandeld werden met DAA’s, geïncludeerd. 25 patiënten die niet langer op korte termijn een levertransplantatie nodig hadden toonden een gemiddelde verbetering van 11% (vier punten) op de MELD-score en 20% (drie punten) verbetering op de Child-Pugh score. Dr.Luca Belli: “De resultaten van deze studie zijn veelbelovend, maar we moeten afwachten hoe lang de klinische verbetering blijft bestaan. Meer onderzoek is daarom noodzakelijk”.
Professor Laurent Castera, EASL Secretary General: “Deze resultaten zijn hoopgevend voor een aantal patiënten met hepatitis C en gedecompenseerde cirrose”.
 
Bronnen:
L.S. Belli e.a., Impact of direct anti-viral agents on inactivation/delisting of livertransplant candidates listed for decompensated cirrhosis: a European study. Abstract: PS036. Journal of Hepatology 2016 vol. 64 | S153. 

EASL. Treating patients for hepatitis C could reduce the need for liver transplants. Abstract PS036. Persbericht.

Nieuwe versie richtlijn behandeling hepatitis C van de WHO


Wegens de recente ontwikkelingen in de behandeling van hepatitis C heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de richtlijn Behandeling chronische hepatitis C herzien.
In deze herziene richtlijn worden aanbevelingen gedaan om DAA's voor de behandeling van hepatitis C te gebruiken in plaats van de combinatie peginterferon/ ribavirine. Ook de aanbeveling voor het gebruik van boceprevir en telaprevir is herzien en wordt behandeling aanbevolen die gebaseerd is op het genotype.
 
De WHO richtlijnen verschillen van andere richtlijnen. De doelgroep bij deze richtlijnen zijn de nationale programma makers. De richtlijnen zijn met name gericht op landen die in de categorie lagere en middenklasse inkomens vallen en de richtlijn is niet gericht op individuele behandeling maar gericht op de publieke gezondheidszorg.
 
Bronnen: 
WHO. Guidelines for the screening, care and treatment of persons with chronic hepatitis C infection. Updated version, April 2016

 

Richtsnoer behandeling hepatitis C 


Het ‘Richtsnoer behandeling hepatitis C’ geeft aanbevelingen over de behandeling van acute en chronische hepatitis C infectie bij volwassen patiënten, met aandacht voor patiënten met nierinsufficiëntie, HCV/HIV coïnfectie, falen van eerdere antivirale therapie, gedecompenseerde levercirrose en in de transplantatie setting.  
 
Het richtsnoer is tot stand gekomen op initiatief van en uit naam van de Nederlandse Internisten Vereniging (NIV), Nederlandse Vereniging voor HIVbehandelaren (NVHB), Nederlandse Vereniging voor Maag-Darm-Leverziekten (NVMDL), de Nederlandse Vereniging voor Hepatologie (NVH) en de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuis Apothekers (NVZA). 
 
Het richtsnoer wordt regelmatig ge-update en is te vinden op www.hcvrichtsnoer.nl.
De laatste update was op 1 januari 2016.

 

Studies in Nederland op het gebied van virale hepatitis
 

Op hepatitisinfo.nl staan overzichten van studies in Nederland waar patiënten nog geïncludeerd kunnen worden. In de afgelopen maand zijn de volgende studies op de website geplaatst:
 
HepNed-001 studie: Lepasvir/Sofosbuvir 8 weken voor chronische hepatitis C genotype 4

Phase 3 Study of Obeticholic Acid Evaluating Clinical Outcomes in Patients With Primary Biliary Cirrhosis (COBALT) (België).

 

Risico’s hepatitis C behandeling bij ernstige leveraandoening
 

Men moet zich afvragen of patiënten met hepatitis C met een gedecompenseerde cirrose behandeld moeten worden met DAA’s.
 
Uit onderzoek door Dr. Carlos Fernández Carillo, Liver Unit of Puerta de Hierro-Majadahonda University Hospital, Spanje e.a. gepresenteerd tijdens het Internationale Lever Congres 2016 in Barcelona blijkt dat diegenen met ernstige leverafwijking een verhoogd risico hebben op overlijden tijdens of binnen 12 weken na behandeling met DAA’s. De studie heeft gebruik gemaakt van het Spaanse Hepa-C register waarin 843 patiënten waren geregistreerd met klinische verschijnselen van vergevorderde leverziekte, cirrose en die geen levertransplantatie hadden ondergaan tijdens of binnen 12 weken na behandeling met DAA’s.
De resultaten laten zien dat patiënten met Child-Pugh B of C na behandeling met DAA’s een lagere SVR en vaker een relapse hadden. Ook waren er meer bijwerkingen bij hen vergeleken met patiënten met Child-Pugh A. 25% van de patiënten met zeer ernstige leverbeschadiging (MELD score >18) zijn overleden in vergelijking met 1.6% van de overige patiënten.
 
Professor Laurent Castera, EASL Secretary General: “Deze studie toont de risico’s aan van gebruik van DAA’s bij patiënten met zeer ernstige leverafwijkingen. De hepatoloog en de patiënt zullen de risico’s van behandeling zorgvuldig met elkaar moeten bespreken“.
 
Bronnen: 
C. Fernández-Carrillo e.a., Treatment of hepatitis C-virus in patients with advanced cirrhosis: always justified? Analysis of the Hepa-C Registry. Abstract: GS01. Journal of Hepatology 2016 vol. 64 | S133.

EASL. Study raises questions about the risks of treating patients with late stage Hepatitis C virus. Abstract GS01. Persbericht.

Donor levers van en voor patiënten met hepatitis C een optie
 

Patiënten met hepatitis C die op de wachtlijst staan voor levertransplantatie kunnen een lever ontvangen van een hepatitis C-positieve donor.
 
Uit onderzoek door Professor Zobair Younossi van Inova Fairfax Hospital, USA e.a. gepresenteerd tijdens het Internationale Lever Congres 2016 in Barcelona blijkt dat overlijden of afstoting van de lever bij patiënten met hepatitis C niet verschilt tussen patiënten die een lever hebben gekregen van een hepatitis C-positieve of hepatitis C-negatieve donor.
In de studie zijn alle volwassen patiënten met hepatitis C die tussen 1995 en 2013 een levertransplantatie hebben ondergaan geselecteerd uit het Scientific Registry of Transplant Recipients. Van de 33,668 patiënten had 5.7% een hepatitis C-positieve lever ontvangen. Uit de studie blijkt dat het niet uitmaakt voor de overlevingsduur of de lever afkomstig is van een hepatitis C-positieve of hepatitis C-negatieve donor.
 
Professor Tom Hemming Karlsen, EASL Vice-Secretary: “De resultaten van deze studie zijn hoopgevend voor patiënten met hepatitis C die op de wachtlijst staan voor levertransplantatie. De verwachting is dat het aantal patiënten met hepatitis C die een levertransplantatie nodig hebben de komende jaren toeneemt”.

Levers van hepatitis C-positieve donoren zijn niet geschikt voor hepatitis C negatieve patiënten.
 
Bronnen:
Z.M. Younossi e.a., Long-term outcomes in livertransplant recipients transplanted from HCV positive donors. Abstract: PS040. Journal of Hepatology 2016 vol. 64 | S155.


EASL. Hepatitis C infected livers offer similar outcomes to healthy liver in those waiting for liver transplants. Abstract PS040. Persbericht

EMA onderzoekt risico vroegtijdig leverkanker na behandeling hepatitis C
 

Het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) heeft op 15 april bekend gemaakt dat de beoordeling van de zes direct-acting antivirals (DAA’s) die door de EMA geregistreerd zijn voor de behandeling van hepatitis C wordt uitgebreid met een beoordeling van het risico op vroegtijdig her-optreden van leverkanker. In maart was door de EMA een procedure gestart naar aanleiding van meldingen van hepatitis B re-activatie bij patiënten die zowel geïnfecteerd zijn met het hepatitis B-virus als met het hepatitis C-virus en die behandeld zijn met DAA’s.
 
De uitbreiding van de beoordeling komt na publicatie van resultaten van een studie door Maria Reig e.a. van de Universiteit van Barcelona, gepubliceerd in de Journal of Hepatology en gepresenteerd tijdens het Internationale Lever Congres in Barcelona. In deze studie zijn 58 patiënten met chronische hepatitis C, waarvan 55 met cirrose, geïncludeerd. De patiënten waren succesvol behandeld voor leverkanker (HCC) voordat zij behandeld werden met DAA’s. Geen patiënt heeft interferon gekregen. 
Na een mediane follow-up van 5.7 maanden zijn drie patiënten overleden en 16 patiënten (27.6%) kregen opnieuw een tumor. De mediane tijd tussen antivirale behandeling en tumor vaststelling bedroeg 3.5 maand. SVR12 bedroeg 97,5%. De onderzoekers concluderen dat bij een onverwacht hoog percentage patiënten opnieuw een tumor ontstaat na succesvolle behandeling van hepatitis C. 
 
Een andere studie gepresenteerd op het Internationale Lever Congres door Stefano Brillanti van de Universiteit van Bologna, Italië, toont aan dat bij veel patiënten met hepatitis C en cirrose, HCC ontstaat binnen enkele weken na het begin van behandeling met DAA’s. Het is niet waarschijnlijk dat de DAA’s direct verantwoordelijk zijn voor de tumor groei, maar dat de snelle afname van het virus mogelijk de oorzaak is. 
In deze retrospectieve cohort studie waren 344 patiënten met hepatitis C en cirrose geïncludeerd. De patiënten zijn behandeld met één of twee DAA’s en werden 24 weken gevolgd na het stoppen van de behandeling. De mediane leeftijd was 63 jaar. SVR12 bedroeg 89%. Tijdens de follow-up werd bij 26 patiënten (7.6%) HCC gediagnosticeerd, inclusief 17 van de 59 patiënten die eerder behandeld waren voor HCC en negen van de 285 patiënten (3.2%) zonder een voorgeschiedenis van HCC. Patiënten die HCC ontwikkelden hadden vaker ernstige cirrose (Child-Pugh class B) dan patiënten zonder HCC (26.9% vs 10.1%; P=.02).

Aanbevolen wordt om patiënten met hepatitis C die behandeld zijn voor HCC en daarna behandeld worden met DAA's nauwlettend te blijven volgen.
 
Bronnen:
EMA- Meeting highlights from the Pharmacovigilance Risk Assessment Committee (PRAC) 11-14 April 2016.

Maria Reig et al, Unexpected early tumor recurrence in patients with hepatitis C virus-related hepatocellular carcinoma undergoing interferon-free therapy: a note of caution, 2016, abstract. doi:10.1016/j.jhep.2016.04.008


EASL. High rate of cancer recurrence in Hepatitis C patients despite successful virus eradication by direct- acting antiviral therapy. Abstract LBP 506. Persbericht.

F. Buonfiglioli e.a., Development of hepatocellular carcinoma in HCV cirrhotic patients treated with Direct Acting Antivirals. Abstract: LBP 506. Journal of Hepatology 2016 vol. 64 | S215

Hepatitis C 2k/1b chimeer geeft verschillende resultaten bij genotypering 


In 2002 is een hepatitis C genotype 2k/1b chimeer als eerste beschreven in de Journal of Virology, door Kalinina et al. De chimeer is als eerste aangetoond in een monster uit Rusland. Sinds die tijd is de chimeer ook aangetoond in o.a. Ierland, Estland, Oezbekistan, Georgië en op Cyprus. In Georgië bleken 76% van de HCV genotype 2 monsters de chimeer te hebben (Karchava et al, Hepatology Research 2015; nr 45). Recent onderzoek in Duitsland, gepresenteerd op de EASL 14-18 april 2016, toonde aan dat 25% van de voormalig als genotype 2 getypeerde monsters, de chimeer hadden.
 
De meest gebruikte genotyperings methode voor HCV is de InnoLIPA (Versant, versie 2.0). Deze methode typeert op het 5’NC gedeelte van het genoom, met een eventuele verdere typering op het core-gedeelte van het genoom. De chimeer is op het 5’NC- en core-gedeelte genotype 2k. Op de grens tussen NS2 en NS3 van het genoom wisselt het genotype naar 1b. Typering op het NS5b deel van het genoom geeft genotype 1b.
 
De nieuwe DAA’s grijpen aan op het NS3 protease, het NS5a deel, en het NS5B deel van het genoom waar het polymerase wordt gecodeerd. De chimeer bestaat hier uit genotype 1b. Patiënten met genotype 2 volgens de InnoLIPA die de chimeer bevatten bleken een erg lage SVR te hebben, wellicht omdat in het nieuwe behandelregime deze patiënten onderbehandeld zijn.

Agenda    

  • 17 mei: Virale hepatitis Na–EASL 2016 bijeenkomst . Info  
  • 25-28 mei: ESPGHAN congress 2016. Info
  • 2 juni: 12th Co-infection HIV & Hepatitis Workshop 2016. Info
  • 6-7 oktober: Najaarsvergadering NVGE. Info
  • 15-19 oktober: UEG week Vienna. Info
  • 1 november: Symposium Nationale Hepatitis Dag 2016. Info
  • 11-15 november: AASLD Boston. Info
  • 2 december: Workshop on HCV Therapy Advances. Info

De nieuwsbrief is mogelijk gemaakt door een (educational) grant van:

 




In deze nieuwsbrief staat de laatste informatie over bewustwording, preventie en behandeling van hepatitis. 

De nieuwsbrief is een uitgave van de Stichting Hepatitis Informatie.

Uitschrijven    Doorsturen 

Email Marketing Powered by Mailchimp

U kunt contact opnemen via:  
Stichting Hepatitis Informatie
Lomboklaan 10
3956 DG Leersum, NL
Netherlands

Add us to your address book
 
Twitter
Website