Copy
EU ETS info

EU ETS Nieuwsbrief – 2 april 2019 – Nr. 22

Geverifieerde EU ETS emissies 2018 bekend – zowel in Vlaanderen als in Europa

Alle 208 Vlaamse BKG-installaties die uiterlijk 14 maart 2019 over hun ETS-uitstoot 2018 moesten rapporteren, dienden tijdig hun geverifieerd emissiejaarrapport in.

De geverifieerde Vlaamse ETS-emissies 2018 waren quasi gelijk aan deze van 2017, en bedroegen net geen 32,0 Mton CO2-eq.


Specifiek voor de emissies van ETS-installaties die tot de (Vlaamse) elektriciteitssector worden geteld, werden er net zoals in 2017 eigenlijk slechts twee brandstoffen ingezet: enerzijds siderurgische gassen (4,9 Mton CO2-eq) en anderzijds aardgas (4,2 Mton CO2e). De totale uitstoot van de (Vlaamse) elektriciteitssector bedroeg zo 9,2 Mton CO2-eq.



Ook de emissies van ETS-installaties die tot de (Vlaamse) industrie worden geteld, bleven in het Vlaamse Gewest nagenoeg constant. Deze bedroegen in 2018 net zoals in 2017 22,7 Mton CO2-eq.



Overeenkomstig het Vlarem wordt een steekproefsgewijze controle uitgevoerd op de geverifieerde emissies en worden ze uiterlijk op 15 april 2019 goedgekeurd. Uiterlijk 30 april 2019 moeten de exploitanten de nodige emissierechten inleveren.

U kan de meest relevante Vlaamse cijfers (ook deze van voorgaande jaren) raadplegen op onze website.

Samen met deze overzichtscijfers worden ook de meer gedetailleerde onderliggende paramaters die de CO2-eq-emissies bepalen, gedeeld met de personen die binnen het VITO en VMM verantwoordelijk zijn voor de opstelling van resp. de Vlaamse energiebalans en de Vlaamse broeikasgasemissie-inventaris.

De tot nu toe geverifieerde emissies van het jaar 2018 van alle Europese installaties die onder het EU ETS vallen, werden gisteren ook bekendgemaakt en gepubliceerd. Deze cijfers zijn zowel beschikbaar in het EU Transaction Log (het Europees register der broeikasgassen) als in een Excelbestand op https://ec.europa.eu/clima/policies/ets/registry_en#tab-0-1

Eerste interactieve informatiesessie over het Innovatiefonds op do. 2 mei 2019: save the date


De laatste herziening van de Europese ETS-richtlijn voorziet de oprichting van een (Europees) Innovatiefonds. Dat fonds zal gespijsd worden met de inkomsten uit de veiling/verkoop van minstens 450 miljoen emissierechten uit de handelsperiode 2021-2030. Dit komt op dit moment neer op om en bij de 10 miljard euro. Hierover berichtten we reeds in de vorige nieuwsbrief.

Vanuit de Vlaamse overheid willen we u tijdig informeren over de ontwikkelingen van dit Innovatiefonds en u betrekken bij de verdere uitwerking van de eerste call (die in 2020 wordt verwacht).

Het Departement Omgeving, het Agentschap Innovatie & Ondernemen en het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie organiseren daarom een eerste interactieve informatiesessie over het Innovatiefonds op do. 2 mei 2019 (in Leuven, in de voormiddag). 

Prioritaire doelgroep van deze eerste informatiesessie zijn personen met ervaring in de begeleiding van bedrijven bij innovatieprojecten (zoals personen uit de sectorfederaties, speerpuntclusters, innovatieve bedrijfsnetwerken, onderzoeksinstellingen en overheidsinstanties). Medewerkers van individuele bedrijven die mogelijks concrete projecten hebben, zijn echter ook welkom. Sowieso wordt voor hen ook later in 2019 – van zodra de modaliteiten van de eerste call duidelijker zullen zijn – een tweede informatiesessie georganiseerd.

Meer info met praktische details over deze informatiesessie volgt later.

Aanvraagprocedure kosteloze toewijzing 2021-2025

31 maart 2019 was voor bedrijven die in aanmerking willen komen voor een kosteloze toewijzing van emissierechten in de periode 2021-2025 de deadline voor indiening van het Monitoring Methodiek Plan (MMP) bij het Verificatie Bureau Benchmarking Vlaanderen (VBBV).

Nog niet alle bedrijven hebben dit MMP ingediend bij het VBBV. We wijzen erop op dat een late indiening van het MMP de tijdige indiening van het geverifieerde baseline rapport tegen 30 juni 2019 kan bemoeilijken.

De deadline van 30 juni 2019 is opgenomen in de Europese verordening inzake de geharmoniseerde toewijzingsregels (de FAR) en moet dus in elk geval gerespecteerd worden om in aanmerking te komen voor een kosteloze toewijzing. Daarom is het belangrijk dat bedrijven die het MMP nog niet hebben ingediend bij het VBBV hier zo snel mogelijk werk van maken.

Op basis van de ontvangen MMP’s kunnen we alvast nog volgende aandachtspunten meegeven voor bedrijven die hun MMP nog moeten indienen;
  • In tabblad C van het MMP, op rij 37 tem 43, moet u elke cel invullen (niet enkel wanneer “TRUE” is aangegeven voor de relevante fall-backsubinstallaties). Bij het niet invullen van de ‘FALSE’ waarden in tabblad C is immers het onduidelijk welke felgele cellen u moet invullen in de andere tabbladen, omdat dan alles felgeel blijft.
  • U moet alle gerapporteerde energie-inhouden, calorische waarden,… in het MMP uitdrukken in onderste verbrandingswaarde. 
  • We stellen vast dat tabblad D, deel I (a) van het MMP soms niet, of niet correct wordt ingevuld. Hier moet u alle delen van de installatie vermelden die instaan voor meerdere subinstallaties; in de praktijk zijn dit vaak stoomketels of WKK’s die warmte leveren aan verschillende subinstallaties (bijvoorbeeld voor zowel een carbon leakage als een non carbon leakage warmte benchmark subinstallatie);
  • In tabblad E, rij 126 moet u aangeven of er elektriciteit werd geproduceerd door de installatie, ongeacht of u valt onder de definitie van elektriciteitsopwekker of niet. Indien de installatie elektriciteit produceert moet u in het MMP sjabloon een elektriciteitsbalans opmaken. Indien de installatie enkel elektriciteit heeft opgewekt via een noodgenerator heeft het opmaken van een dergelijke elektriciteitsbalans echter geen meerwaarde. Daarom kan u in dat geval (indien de elektriciteitsproductie enkel afkomstig is van noodgeneratoren) in tabblad E, rij 126 aangeven dat de installatie geen elektriciteit produceert.
  • Voor de kwantificering van de meetbare warmtestromen dient u zowel in tabblad E (deel II) als in tabblad G (voor de activiteitsniveaus van de warmte benchmark subinstallaties) de gegevensbron voor deze meetbare warmte op te geven (volgens 4.5 van annex VII van de FAR). Hierbij kan echter geen enkele exploitant in Vlaanderen voldoen aan het vereiste niveau 4.5 a) aangezien er voor stoom -of warmtemetingen geen metrologische controle bestaat. Bijgevolg zal u voor deze stoom -of warmtemetingen steeds moeten aangegeven dat de hiërarchische volgorde niet gerespecteerd werd. U kan in dit geval echter aangeven dat het behalen van het vereiste niveau “technische onhaalbaarheid” is, zonder dat u hiervoor bijkomend bewijs moet aanleveren.

Op de website van ons departement zijn naast de Engelstalige sjablonen voor het MMP en het baseline rapport nu ook de Nederlandstalige sjablonen beschikbaar. Zowel het Nederlandstalige sjabloon als het Engelstalige sjabloon kunnen in Vlaanderen gebruikt worden voor de aanvraag van de kosteloze toewijzing.
Dit is een officiële nieuwsbrief van de Vlaamse overheid
DEPARTEMENT
OMGEVING
Vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief?
Laat iets weten via emissierechten@vlaanderen.be

Inhoud: Stijn Caekelbergh, Jorre De Schrijver,
Pieter-Willem Lemmens, Saartje Swinnen, Tomas Velghe.

Deze nieuwsbrief is een initiatief van team klimaat van het Departement Omgeving
Koning Albert II-laan 20 bus 8, 1000 Brussel,
omgevingvlaanderen.be/klimaatbeleid

Inschrijven | Uitschrijven
DISCLAIMER                     PRIVACY